Spuithuis Dorpsstraat (1788)

• materieel • incidenten • artikelen • statistieken • korpszaken • wat is nieuw? • reageren • colofon • links •

  

Periodes:De vroege jaren
Oude Kerk 1703
Dorpsstraat 1788
Leidsewallen 1921
Stationstraat 1959
Vlamingstraat 1969
Stadshart 1980
Rokkeveen 1991
Oosterheem 2002

Samenvatting

 

   

In 1788 wordt aan de Dorpsstraat naast de hervormde Oude Kerk een wachthuis met twee spuithuisjes gebouwd. Het gebouw is onderverdeeld in drie afdelingen, elk afgesloten door een stel dubbele deuren.

Tekstvak: Het spuithuis, links tegen de bebouwing rond 1933, vlak voor sloop, waarbij de naast gelegen bebouwing reeds is herbouwd. (foto: Historisch Genootschap Oud Soetermeer)

Tekstvak: Het spuithuis, geheel rechts naast de originele bebouwing. (foto: Historisch Genootschap Oud Soetermeer)

Tekstvak: Dorpsstraat met rechts de zijkant van het spuithuis. (foto: Historisch Genootschap Oud Soetermeer)

Boven de deuren van het linkse vak was op het kozijn geschilderd 'Brandspuithuis van Zegwaart' en boven de deuren van het rechtse vak was geschilderd 'Brandspuithuis van Zoetermeer'.

Boven de deuren van de middelste afdeling stond 'WACHTHUIS' en dat was algemeen bekend als ''t wachie'. De in 1798 ter plaatse opgerichte burgerwacht had hier indertijd onderdak en wachtte er op aflossing. Hoelang het als zodanig heeft dienstgedaan is niet meer na te gaan, maar in de beginjaren van de twintigste eeuw deed het dienst als onderdak voor arrestanten. De veldwachter had het daar echter niet druk mee: zo af en toe werd een dronkaard die al te slingerend over straat liep opgebracht om in 't wachie op een bos stro zijn roes uit te slapen. Misschien was er een emmer aanwezig maar meer sanitaire voorzieningen waren er toch niet in aangebracht.

In 1794 krijgt Zoetermeer een nieuwe handbrandspuit.

Op 12 januari 1807 vindt in Leiden een van de grootste branden plaats uit de Nederlandse geschiedenis. Een schip vol buskruit explodeert midden in de stad. Bij deze explosie en de daarop volgende brand vallen ongeveer 151 doden en ongeveer 2000 gewonden.

In 1808 komt een reglement op het beheer van de brandspuit als vervanger van die van 1703.

De 19e eeuw

Na het einde van de Franse tijd (1795 – 1813) komen er veranderingen in het locale bestuur. Er komt een burgemeester met wethouders en een gemeenteraad. De macht van de ambachtsheer wordt beperkt, al blijft hij nog tot in de 20ste eeuw als burgemeester van de beide dorpen een belangrijke rol vervullen. Soetermeer en Zegwaart maken elk een eigen ontwikkeling door, speciaal economisch gezien, maar reeds vanaf 1850 worden er pogingen gedaan om tot gemeentelijke samenvoeging van de beide dorpen te komen.

Gemeentewet (1851)

Pas met de gemeentewet van 1851 van de hand van de bekende staatsman Thorbecke kwamen er eindelijk landelijke wettelijke bepalingen met betrekking tot het brandweerwezen. Veel stelde het niet voor, want het ging voornamelijk over wie er waarvoor bevoegd of verantwoordelijk was en de verplichting om de uitgaven voor de brandweer te begroten. Tot 1941 bleef dit - met enige aanvullingen en wijzigingen - de enige wettelijke regeling van de materie.

Aansluiting spoorwegnet (1886)

Zoetermeer krijgt in 1886 als toen nog een van de weinige gemeenten een aansluiting op het spoorwegnet en sindsdien beginnen Zoetermeer en Zegwaard lichtelijk te groeien. De Molenweg wordt Stationsstraat genoemd als het station 'Soetermeer-Zegwaard' in gebruik wordt genomen. In Zoetermeer vestigden zich veel boterproducenten. Behalve boter werden ook andere zuivelproducten en margarine geproduceerd.

Tekstvak: Station Zoetermeer-Zegwaart met wachtend publiek rond 1900, tegenwoordig op die plek station Zoetermeer Oost (foto: Historisch Genootschap Oud Soetermeer)

 Verordening op de brandweer en blussen van brand (1894)

In 1894 worden door de gemeenteraad van Zoetermeer en van Zegwaart twee verordeningen vastgesteld. Het gaat in de eerste plaats om een Verordening op de brandweer, waarin regels worden gegeven voor de organisatie van het personeel van de brandweer, voor de “beproeving” (controle) van het blusmateriaal, verder bepalingen ter voorkoming van brand en een regeling van de “schouwen” (controle van o.a. schoorstenen, ovens en depots van brandgevaarlijke stoffen). Een tweede verordening bevat nadere regels voor het blussen van brand. Het is een soort “politieverordening” waarin wordt bepaald wat in geval van brand wel en niet van het personeel en van de burgerij wordt verwacht.

In zekere zin kan de verordening op de brandweer worden beschouwd als de oprichting van de Zoetermeerse brandweer.

Overigens blijken de werkwijze van de brandweer en de maatregelen met betrekking tot de brandpreventie in deze nieuwe regelingen qua opzet niet veel te verschillen van de reglementen uit 1703 en 1793.

De verantwoordelijkheid van de brandweer moet door het college van burgemeesters en wethouders opgedragen aan twee of drie door B&W te benoemen brandmeesters. De brandmeesters worden bijgestaan door in overleg met hen  door B&W te benoemen commandeurs. 

De bedieners van de handspuit worden aangewezen uit mannelijke inwoners tussen 20 en 60 jaar. (aangewezen brandweer) Uitgezonderd zijn geestelijken, onderwijzers, (rijks)ambtenaren en mannen met andere openbare verplichtingen, artsen, watermolenaars, spoorwegbeambten, militairen en mensen met lichamelijke gebreken. In eerste instantie worden mannen aangewezen die zich vrijwillig aanmelden. Jaarlijks in de maanden mei en juni wordt de lijst met namen gecontroleerd en worden mannen die de 60 zijn gepasseerd vervangen door nieuwe aangewezenen.

Ieder die tot het verrichten van brandweerdiensten is aangewezen  kan zich laten vervangen door een “vaste plaatsvervanger “, mits deze geschikt wordt bevonden door B&W.  Mocht deze vervanger een boete krijgen door slecht functioneren, dan is  de oorspronkelijk aangewezene aansprakelijk voor de betaling van de boete. Ook voor oefeningen  mag men zich laten vervangen.  Bovendien is het mogelijk om de aanwijzing af te kopen (voor vijf guldens).

Brandmeesters en commandeurs kunnen te allen tijde ontslag aanvragen. Ze blijven in dienst tot een vervanger is gevonden. De commandeurs en aangewezenen  kunnen bij slecht functioneren en ongeschiktheid worden ontslagen. De brandmeesters krijgen een jaarlijks een vergoeding. De commandeur heeft een erefunctie. De aangewezenen  krijgen een vergoeding voor oefeningen en branduren. Bij het negeren van orders wordt de vergoeding niet uitgekeerd.

Het brandweerpersoneel is tijdens oefening of brand herkenbaar aan een leren riem, voorzien van nummer of letter(s), die wordt gedragen aan de linkerarm. De brandmeesters zijn later ook herkenbaar aan een brandweerstaf. Hiervan is nog een exemplaar van bewaard gebleven.

Minimaal één keer per jaar wordt er geoefend, in de maanden mei of juni. Zeven dagen van te voren wordt dit kenbaar gemaakt. Het personeel verzamelt zich hiervoor bij het raadhuis.

Ingeval van brand wordt de kerkklok geluid. Het personeel van de brandweer begeeft zich  naar de spuithuisjes of anders rechtstreeks naar de brand. Zolang er niet genoeg personeel aanwezig is, zijn ook toeschouwers verplicht om te assisteren. In geval van brand moeten alle café’s sluiten en is het  nuttigen van alcohol verboden tot de handspuit weer is ingerukt.

Op overtreding van de in de verordeningen uitgevaardigde voorschriften  zijn boetes gesteld. De bedragen zijn afhankelijk van de soort overtreding.

 

   

Tekstvak: De verordening op de brandweer  en op het blussen van brand uit 1894 (document: gemeentearchief Zoetermeer)

 

Tekstvak: De aankondiging van de verordening van het blussen van brand aan de burgerij uit 1894 (document: gemeentearchief Zoetermeer)

Spuithuisjes aan de Zegwaartseweg en de Voorweg

Ook aan het begin van de Zegwaartseweg (72) staat een spuithuisje. Een ander spuithuisje waarin een spuit wordt gestald, staat langs de Voorweg ter hoogte van nummer 153. Wanneer deze spuithuisjes precies zijn gebouwd is onbekend.

Zoetermeer en Zegwaart anno 1905

Anno 1905 telt Zoetermeer ongeveer 1299 inwoners en Zegwaart 1658 inwoners.

Branden periode 1900-1909

In de periode van 1900 tot en met 1909 is er totaal 6 maal brand met schade in beide dorpen. 2 maal is er brand in Zoetermeer en in dezelfde periode is 4 maal brand in Zegwaart.

In 1912 krijgt weer een handbrandspuit. Deze handbrandspuit is heden ten nog aanwezig bij de brandweer.

 

Zoetermeer en Zegwaart anno 1915

Anno 1915 telt Zoetermeer ongeveer 1518 inwoners en Zegwaart 2152 inwoners.

Koninklijke Nederlandse Brandweervereeniging (1916)

In 1916 wordt Koninklijke Nederlandse Brandweervereeniging opgericht. Een belangrijke doelstelling is om de brandweerwezen van het platteland uit zijn isolement te halen; beperking van schade als gevolg van gebrekkige organisatie en onvoldoende materieel. In 1923 wordt de vereniging gedecentraliseerd in provinciale brandweerbonden. Ondanks advies van het ministerie van Binnenlandse zaken en Landbouw en provincie ziet Zoetermeer af van lidmaatschap. Het duurt tot 1947 dat Zoetermeer lid wordt.

Branden periode 1910-1919

In de periode van 1910 tot en met 1919 is er totaal 8 maal brand met schade in beide dorpen. 2 maal is er een landbouwbrand in Zoetermeer. In dezelfde periode is 6 maal brand met schade in Zegwaart. Tweemaal is brand bij een particulier, tweemaal in industrie en tweemaal een landbouwbrand.

volgende periode Leidsewallen

 

De vroege jaren | Oude Kerk 1703 | Dorpsstraat 1788 | Leidsewallen 1921 | Stationstraat 1959 | Vlamingstraat 1969 | Stadshart 1980 | Rokkeveen 1991 | Oosterheem 2002  

Deze site is voor het laatst bijgewerkt op 30 augustus 2011

Webstats4U - Free web site statistics