|
Op 2 september 2002 wordt tweede 24
uurs gekazaneerde kazerne aan de Olof Palmelaan 1 in gebruik genomen.
De opening van deze post betekent
ook het sluiten van post Rokkeveen, daar Oosterheem ook voor de dekking
voor Rokkeveen kan zorgen. Het gebouw in Rokkeveen wordt na enige tijd
verkocht aan Alflex bv.


De remise van de nieuwe kazerne
heeft ruimte voor ongeveer negen voertuigen. In de kazerne zijn acht
slaapkamers, een ruime kantine voor de wacht, een keuken, twee
woonkamers (één voor rokers ! ), een fitnessruimte, een
slangenwerkplaats, een ademluchtwerkplaats, een algemene werkplaats,
opleidingsopslag, twee leslokalen en een kantine voor opleidingen. Op
het buitenterrein is ook een sportveld aangelegd.
foto's post Oosterheem
In de kazerne Oosterheem zijn ook
de afdeling opleidingen en het bedrijfsbureau oefening en repressie
gevestigd. Bij de bouw van de post was rekening gehouden met capaciteit
voor BHV-opleidingen. Deze taak is echter nog voor de oplevering bij de
brandweer afgestoten.
De post is zo ingericht dat het
gebouw ingeval van calamiteiten ingezet kan worden als een
crisiscentrum. De leslokalen kunnen worden omgebouwd tot een
beleidscentrum en ook de kantine biedt in die situatie ruimte voor een
crisiscentrum.
Daarnaast is in het ontwerp van de
bouw rekening gehouden met de mogelijkheid dat bij verhuizing van
de post Stadshart de post Oosterheem kan worden uitgebreid tot
“hoofdpost” van Zoetermeer. In verband hiermee heeft de gemeente voor
een aantal jaren een optie verkregen op het naastgelegen grondperceel
Naast de repressieve organisatie
zijn de afdelingen opleiding, oefening en de facilitaire dienst aanwezig
op de post. Alhoewel met bouw van de post rekeningen was gehouden, stop
de brandweer met het geven van BHV opleidingen aan externen en zodoende
meer voorzieningen aanwezig zijn dan in eerste instantie bedacht.
Met de komst van de post Oosterheem
verdwijnt de ademluchtwerkplaats en de slangenwerkplaats van Stadshart.
De vrijgekomen ruimte van de slangenwerkplaats wordt gebruikt voor extra
kantoorruimte voor preventie.
Met behulp van een computer
is het verzorgingsgebied van Zoetermeer verdeeld in een gedeelte
Stadshart en een gedeelte Oosterheem.

Het korps blijft werken met een
vier ploegensysteem, A,B,C en D met een 12-24-48-uurs rooster. De 4
ploegen A,B,C en D van Stadshart en Oosterheem die gelijktijdige dienst
hebben vormen organisatorisch een geheel onderleiding van een ploegchef.
De kazerne waar de ploegchef niet draait heeft een bevelvoerder, (in
twee ploegen is dit het geval) of een bevelvoerdersfunctie die wordt
uitgevoerd door dagdienstbevelvoerders (in de twee andere ploegen het
geval. In de loop der tijd worden wordt er nog enkele kleine
wijzigingen in deze structuur aangebracht.
Per post zijn er twee los van
elkaar staande vrijwilligersgroepen die afwisselend in de A-C
ploegen of de B-D ploegen meedraaien. De vrijwilligers zijn
organisatorisch verder los gekoppeld van de beroepsploegen en hebben een
eigen verantwoordelijkheidsstructuur.
Overdag zorgen de 24- en
12-uursploeg en de dagdienst voor de eerste uitruk, terwijl ’s avonds,
‘s nachts en in het weekend de 24-uursploeg wordt aangevuld met
vrijwilligers. De ploegen op beide kazernes leveren elk tweemaal zes
man, waarmee twee autospuiten worden bemenst.
In Oosterheem staat naast een
autospuit ook de waterongevallenwagen. De duikers zijn verdeeld over de
beide posten. De waterongevallenwagen wordt door middel van
‘springbezetting” bemand . Indien er te weinig duikers in dienst zijn,
de bezetting van de wagen aangevuld met geconsigneerde beroepsmensen.
In Oosterheem staan tevens de
HV-haakarmbakken speciaal en basis en de slangenhaakarmbak.
In het Stadshart wordt op werkdagen
en in het weekend de “springbezetting” van de hoogwerker, het
hulpverleningsvoertuig en haakarmbakvoertuig met dompelpomp bezet door
de aanwezige ploegendienst en de dagdienst.
Buiten werktijden en in het weekend
is de bemanning geconsigneerd. Na enige tijd wordt in het weekend extra
personeel gekazerneerd voor de bemanning van de “springbezetting”
Bij gaspakken- of wvd-alarm
worden de betreffende voertuigen door middel van “springbezetting “
bemand en aangevuld door vrije instroom van beroepskrachten.
Beroepskrachten en vrijwilligers
oefenen afzonderlijk van elkaar. Eerst wordt in Oosterheem op dinsdag
geoefend en in het Stadshart op donderdag. Later wordt ook in het
Stadshart alleen op de dinsdagavond geoefend.
Als de beide autospuiten zijn
ingezet, wordt via vrije instroom een herbezetting gerealiseerd voor het
derde voertuig Het derde voertuig wisselt per twee weken van
standplaats. De vrijwilligers van waar de derde autospuit staat worden
gealarmeerd bij aanvulling kazerne.
In september 2002 wordt het nieuwe
landelijke beeldmerk van de brandweer geïntroduceerd en ook aangebracht
op de voertuigstriping. Enige tijd later wordt ook één landelijke
huisstijl ingevoerd.

Met de komst van de post Oosterheem
wordt de functie van duiker verder ontwikkeld. De organisatorische
invulling van de samenwerking binnen de regio Haaglanden krijgt begin
jaren ‘00 meer vorm. Materieel en specialismen worden regionaal
verdeeld. De uitrukprocedures van de verschillende gemeenten worden op
elkaar afgestemd, zo wordt bijv. bij waterongevallen vanuit twee
duikposten binnen de regio uitgerukt.
In het 2003 krijgt de OGS taak meer
vorm met de komst van de gevaarlijke stoffen-eenheid, GSE. Deze eenheid
maakt gebruik van een OGS-voertuig en een haakarmbakvoertuig met OGS
haakarmbak ten behoeve van de gaspakdragers. De eenheid wordt
gestationeerd in Oosterheem en wordt door springbezetting bemand vanuit
beide posten, eventueel aangevuld door vrije instroom van beroeps.
Binnen de regio zijn nog twee andere GS-eenheden gestationeerd in Delft
en in Den Haag Escamp.


Alle autospuiten in de
regio zijn inmiddels voorzien van chemiepakken en al het personeel in
regio is opgeleid als chemiepakdrager voor basis brandweerzorg, waarmee
eenvoudige redding en verkenning kan worden uitgevoerd.

In het geval van een
ongeval met gevaarlijke stof wordt een GSE meegealameerd. De GSE kan
naast redding en verkenning met gaspakken ook bronbestrijden, ontsmetten
en verdere werkzaamheden uitvoeren.

In 2003 krijgt Zoetermeer twee
identieke regionaal aanbestede autopuiten, de 840 en 841. De 840 uit
1991 en de 841 uit 1983 worden verkocht.


Eind 2004 maakt de commandant een
reorganisatieplan voor de brandweer bekend. Als redenen om voor dit plan
worden genoemd inefficiëntie, gebreken in het management van de huidige
organisatie en steeds zwaardere eisen waaraan de brandweer moet voldoen.
Het plan voorziet niet alleen in een wijziging van het ploegensysteem,
maar het gaat ook uit van een inkrimping van het aantal vrijwilligers,
waartoe zonodig ook gedwongen ontslagen bij de vrijwilligers zullen
vallen. Dit plan veroorzaakt zeer grote onrust binnen het korps,
uiteraard vooral bij de vrijwilligers. Een en ander brengt ook de nodige
publiciteit met zich. De oppositie tegen het plan boekt succes: de
gemeenteraad stemt niet in met het plan. Aan de commandant wordt
verzocht om samen met de organisatie het plan aan te passen.
Uiteindelijk wordt men het daar over eens, zodat in 2006 een nieuwe
organisatiestructuur zal kunnen worden ingevoerd. Een onderdeel is op
basis van natuurlijk verloop en stoppen met werven een afslanking van
het aantal vrijwilligers.
Op 31 december 2004 wordt in
Leidscheveen, aan de Donau 140, een nieuwe Haagse brandweerpost in
gebruik genomen. Met de komst van deze post valt operationeel gezien,
met betrekking tot het tweede blusvoertuig, een gedeelte van het
westelijk deel van Zoetermeer binnen het verzorgingsgebied van de Haagse
brandweer. Hoewel dit in de eerste periode geen gevolgen heeft voor de
uitrukprocedures, betekent dit wel het einde van Zoetermeer als “eiland”
in de regio.


De Hulpverleningsregio Haaglanden (HRH)
wil in het kader van de regionalisering van de brandweer op subregionaal
niveau gaan samenwerken. De HRH wordt dan opgesplitst in drie
districten: Noord (Wassenaar, Leidschendam-Voorburg, Zoetermeer en
Pijnacker-Nootdorp), Zuid (Westland, Midden-Delfland, Delft en Rijswijk)
en Centrum (Den Haag). Doel van de samenwerking is het beter, veiliger
en efficiënter uitvoeren van de basisbrandweerzorg met behoud van de
lokale identiteit. De financiële voordelen van de samenwerking worden
aangewend voor verdere verbetering van de basisbrandweerzorg in de vier
Noord gemeenten. E.e.a. leid tot een nieuwe gezamenlijke regeling. (zie:
gemeenschappelijke regeling hulpverleningsregio haaglanden (hrh) 2005)

Afschaffing
functioneel leeftijdsontslag, FLO (2005)
Na jarenlang discussie en overleg tussen vakbonden en
Nederlandse Vereniging van Gemeente wordt het functioneel
leeftijdsontslag in 2005 afgeschaft bij de brandweerkorpsen Nederland.
Dit betekend dat het repressief brandweerpersoneel niet meer met 55 jaar
uit dienst treden en dan door betaald krijgen tot hun pensioen. De
betaalbaarheid van deze voorziening en de toekomstig hogere
pensioenleeftijd zijn reden voor afschaffing. In de grote steden vinden
wilde stakingen uit onder het brandweerpersoneel, waarbij zelfs het
leger wordt ingezet om taken over te nemen. Uiteindelijk wordt de
regeling iets verzacht voor het personeel dat reeds in dienst is voor
2006. Het nieuw repressief brandweerpersoneel mag nog maar maximaal 20
jaar op de uitruk dienst doen.
Op 1 november 2005 neemt de
commandant P. Bos afscheid. Hij vertrekt naar de brandweer Dordrecht,
waar hij tevens regionaal commandant wordt. Een opvolger is ten tijde
van het vertrek van de heer Bos nog niet gevonden.
Anno 2005 telt
Zoetermeer ruim 117.000 inwoners.

Op 2 januari 2006 wordt het drie
ploegensysteem ingevoerd op basis van een 24-48- rooster. Een medewerker
van een beroepsploeg doet 24 uur dienst en is dan 48 uur (twee dagen)
vrij. Dit drie- ploegensysteem wordt bij verschillende korpsen in de
regio toegepast, waaronder Den Haag.

De organisatie is verdeeld in 3
secties A, B en C. Elke sectie bestaat uit een ploeg Stadshart en een
ploeg Oosterheem.
Aan het hoofd van elke ploeg staat
een ploegchef. Onder deze vallen in tussen de zes en acht
ploegendienstmedewerkers, een dagdienstbevelvoerder, één of twee
dagdienstmedewerkers, één of twee ploegendagdienstmedewerkers, een
vrijwillig bevelvoerder en een tiental vrijwillige manschappen.
De functie medewerker
ploegendagdienst is nieuw binnen de organisatie. Deze medewerker staat
onder leiding van een ploegchef en verricht werkzaamheden voor de
verschillende afdelingen. Dit in tegenstelling tot de dagdienst
medewerkers die onder leiding staan van het hoofd van de afdeling
waarop de betrokken medewerker werkzaam is, zoals bijvoorbeeld
preventie.
Elke ploeg draagt zorg voor de
eigen paraatheid. Hiertoe wordt overdag één functieplek uitgevoerd
door de dagdienst (medewerker ploegendagdienst) en ’s avonds, ’s nachts
en in het weekend wordt die functie vervuld door een vrijwilliger.
Op de post Stadshart blijven het
hulpverleningsvoertuig, de hoogwerker en het haakarmbakvoertuig
gestationeerd. De bezetting wordt uitgevoerd met gekazerneerde “spingbemanning’.
Stadshart krijgt het OGS-specialisme en het materieel van Stadshart
wordt daarom aangevuld met de gevaarlijke stoffen eenheid. Alle haakarmbakken
worden ook gestationeerd in het Stadshart, dus bij het haakarmvoertuig.
Oosterheem blijft het
duikspecialisme verzorgen; de waterongevallenwagen blijft hier dan ook
gestationeerd.
De waterongevallenwagen en de OGS
eenheid worden door middel van springbezetting bemand. Het alarmeren van
extra personeel is in principe niet meer nodig, aangezien er steeds
voldoende beroepspersoneel dienst doet.
Het oefenen van het
beroepspersoneel en de vrijwilligers gebeurt onder verantwoordelijkheid
van de ploegchef. Beroepspersoneel overdag en vrijwilligers op
oefenavonden. Oefenavonden voor vrijwilligers zijn maandag voor de post
Oosterheem en dinsdag voor de post Stadshart.
Aanvulling van de bezetting van de
kazerne in het geval dat beide autospuiten zijn ingezet gebeurd na de
invoering van C2000 niet meer door de vrijwilligers van de brandweer
Zoetermeer, maar door bijstand uit de regio.
Op 1 maart 2006 komt de heer ing.
J.A. Ruibing als nieuwe directeur brandweerzorg en rampenbestrijding en
is hij in die hoedanigheid de commandant van de Zoetermeerse brandweer.
De heer J. Ruibing was hiervoor werkzaam bij het Logistiekcentrum
Zoetermeer en daarvoor bij de brandweer Maarssen.
Invoering GRIP in regio Haaglanden (2006)
Vanaf 1 maart 2006, wordt in de regio Haaglanden door de hulpdiensten
(brandweer, ambulance en politie) en gemeenten gewerkt met de
Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijding Procedure (GRIP).
In
deze procedure is een grotere rol voor de gemeente weggelegd waardoor de
hulpdiensten nog beter kunnen functioneren. Tevens wordt beschreven
welke functionarissen in welke overlegstructuur worden opgeroepen. Na
een gedegen voorbereiding zijn gisteren de leidinggevenden van genoemde
diensten via een startbijeenkomst geïnformeerd.
Tijdens een ramp of een zwaar ongeval moet één
rampenbestrijdingsorganisatie vanuit de dagelijkse situatie zo snel
mogelijk worden opgebouwd. Afhankelijk van de aard van het incident
zullen eenheden van brandweer, politie, geneeskundige dienst en
gemeente(n) meewerken aan de bestrijding ervan. De omvang van de
organisatie wordt aangepast aan de omvang van het incident, hoe groter
het incident des te meer mensen en materieel worden ingeschakeld. Dit
zogenaamde opschalen is dan ook een centraal fenomeen binnen de
hulpverlening.
De
opschaling verloopt via een vaste procedure waardoor de hulpdiensten en
de gemeente(n) de informatie beter met elkaar kunnen afstemmen
zodat zij bij een ramp of zwaar ongeval zo snel mogelijk adequate hulp
kunnen bieden.
-
GRIP 0 -
Routinewerk
Het routinewerk van de brandweer is opgenomen in GRIP 0, dit
zijn de normale werkzaamheden van de brandweer.
-
GRIP 1 -
Bronproblemen
Er is een brongebied waar zich een groter incident heeft afgespeeld.
Van alle operationele diensten zijn meer mensen en middelen nodig.
De inzet gaat langere tijd duren. De burgemeester van de betreffende
gemeente wordt op de hoogte gesteld.
-
GRIP 2 - Bron en
effectproblemen
Er is een brongebied waar zich een groter incident heeft
afgespeeld, er is ook een effectgebied (van beperkte omvang). Ook
bij deze fase zijn er van alle operationele dienste meer mensen en
middelen nodig. De inzet gaat nog meer tijd kosten. De burgemeester
van de betreffende gemeente wordt op de hoogte gesteld.
- GRIP 3 - Gevolgen in 1 gemeente
Er is een brongebied waar zich een groter incident heeft
afgespeeld, de bevolking van (een deel van) een gemeente ondervindt
effecten. De burgemeester van de betreffende gemeente neemt het
opperbevel op zich en activeert een deel van het gemeentelijk
appraat.
- GRIP 3 - Gevolgen in meer gemeenten
Er is een brongebied waar zich een groter incident heeft afgespeeld,
er is ook een effectgebied waar de bevolking van meerdere gemeenten
in valt. De burgemeesters van de betreffende gemeenten houden het
opperbevel in hun eigen gemeente, maar vragen een coördinerend
burgemeester mee te helpen de schaarse middelen te verdelen.
In 2006 wordt het nieuwe digitale
communicatienetwerk C2000 en bijbehorend alarmeringsnetwerk P2000 voor
hulpverleningsdiensten ook bij de Brandweer Haaglanden stapsgewijs
ingevoerd. Het analoge netwerk wordt na enige tijd opgeheven.
Arbeidstijdenbesluit: rooster afgekeurd (2006)
In 2000 wordt in het zogenaamde
SIMAP arrest door het Europese Hof bepaald dat wacht (slaap)uren op werk
ook gezien moet worden als als werkuren op basis van een Europese
richtlijn uit 1996. De roosters bij de brandweer gaan uit van weken van
gemiddeld 54 uur, terwijl dit gemiddelde maximaal 48 uur mag zijn. Voor
een aantal brandweerlieden in Rotterdam is dit aanleiding om een
rechtzaak aan te spannen tegen de gemeente Rotterdam. Naast een kortere
werkweek gaat het ook om volwaardige betaling van de wachturen. Na veel
processen komt in 2006 een definitieve uitspraak van de rechter die het
rooster daadwerkelijk afkeurt, dat betekend dat een nieuw rooster moet
worden ingevoerd. Ook het rooster van Zoetermeer is hiermee afgekeurd.
Regionaal wordt gezocht naar een nieuw rooster.
Regionaal wordt gestart
met het werven van nieuw brandweer personeel om de personele gevolgen
van het ATB te kunnen opvangen.

Ter vervanging
van de Zoetermeer stadslijn, de sprinter, komt er een nieuwe vorm van
openbaar vervoer: RandstadRail. RandstadRail wordt in verschillende
fases in gebruik genomen. In september 2006 gaat RandstadRail rijden
tussen Zoetermeer en Den Haag en tussen Rotterdam en Den Haag tot het
eindpunt van de huidige Hofpleinlijn. Na een aantal ontsporingen wordt
de RandstadRial stil gelegd. In oktober 2007 wordt de RandstadRail weer
definitief in gebruik genomen.


Regionale OvD regeling (2007)
Per 1 april 2007 wordt een
regionale officier van dienst regeling ingevoerd. Per regionaal district
wordt een officier gekazerneerd. Voor het noordelijke district, waar
Zoetermeer onder valt, is dit kazerne van Leidschedam-Voorburg. Een
tweede (reserve) officier van dienst per district is geconsigneerd en
komt van huis.

In 2007 stopt de brandweer Zoetermeer met de WVD
taak. Dit specialisme wordt overgenomen door andere andere korpsen in de
regio.
Regionale Mobiele Data Terminal's (2007)
In de loop van 2007 worden de
autospuiten voorzien van een computer, een Mobiele Data Terminal (MDT).
De MDT is een regionale ontwikkeling en komt op alle eerstelijns
voertuigen in de regio. De MDT heeft als basis een routeplanner in zich
met een directe koppeling aan de RAC. Het digitale kaartmateriaal is
uitgebreid met de brandweerspecifieke zaken zoals brandkranen,
sleutelbuizen en stijgleidingen. Ook objectgegevens en aanvalsplannen
worden geleidelijk toegevoegd. Naast de regionale toepassingen zit op de
MDT b.v. ook een Crash Recovery Systeem wat op basis van kenteken alle
veiligheidsmaatregelen in autovoertuigen kan weergeven zoals b.v.
airbags.




Afschaffing dagdienst, verplichte uitroostering en
plaatsvervangend ploegchef(2008)
Per 1 januari 2008 worden de
dagdienst afgeschaft. De combinatie van een beheersmatige functie en de
repressieve functie geven volgens de leiding te veel problemen in de
bedrijfsvoering. Door de afschaffing van de dagdienst moeten de ploegen
zelf zorgen voor de opvang van ziekte en ander onvoorziene uitval, door
meer personeel boven de sterkte te houden. Doordat ook de
dagdienstbevelvoerders verdwijnen krijgen de ploegen een
plaatsvervangend ploegchef. De rol van de vrijwilliger wordt het
permanent opvullen van één functieplek per post ’s avonds, ’s nachts en
in het weekend.
Om te voldoen aan een gemiddelde
werkweek van maximaal 48 uur, zoals vereist in het ATB, wordt de
ploegendienst verplicht uitgeroosterd. Het bestaande 3 ploegenrooster
blijft zo gehandhaafd. Om het verplicht uitroosteren te kunnen
realiseren en gelijktijdig te zorgen voor extra capaciteit voor opvang
van ziekte etc. wordt de repressieve dienst wordt uitgebreid met 12 FTE.
Regionaal wordt het personeel geworven.


Landelijke voertuignummering (2009)
In 2009 wordt de
regionale drie cijferige voertuignummering uit 1980 naar 19 jaar
vervangen door een nieuwe landelijke voertuignummering. Een uitleg van
de nummering in dit
document. Half 2009 zijn alle roepnummers op de voertuigen
omgenummerd.




Werving vrijwilligers(2009)
Na ruim 5,5 jaar vindt weer een werving plaats van
vrijwilligers. Eind 2009 wordt weer een nieuwe lichting vrijwilligers
regionaal opgeleid. Gelijktijdig wordt een nieuwe visie vastgesteld voor
de vrijwilligheid bij de brandweer Zoetermeer.

Op 13 december
2009 gaat de dienstregeling op de HSL (Hogesnelheidslijn) van start. Dit
is enkele jaren later dan gepland. De HSL zorgt voor een trein
verbinding tussen Parijs en Amsterdam.

Bedrijventerrein Prisma(2009)
Vanaf 22 december 2009 wordt de brandweer
post Oosterheem gealarmeerd bij calamiteiten in bedrijfsterrein Prisma
op grondgebied van Landsingerland. Het bedrijfsterrein Prisma ligt ter
hoogte van de snelweg A12 ingeklemd tussen Bleiswijk en gemeente
Zoetermeer. E.e.a is gevolg van interregionale samenwerkingsafspraken
met Veiligheidsregio Rotterdam Rijmond.


Einde van de
gemeentelijke brandweer Zoetermeer (2009)
Op 31 december 2009 eindigt de brandweer als onderdeel
van de gemeente Zoetermeer. Sinds 1894 was de brandweer een
geformaliseerd onderdeel van de gemeente.
Start regionale brandweer Haaglanden/Veiligheidsregio Haaglanden (2010)
Als gevolg van de
Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Haaglanden komt
per 1 januari 2010 de brandweer
Zoetermeer te vallen onder het bestuur van de Veiligheidsregio
Haaglanden. Dit geldt ook voor de korpsen van
gemeente Delft, Den Haag,
Leidschendam-Voorburg, Midden Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk,
Wassenaar en Westland. Deze gemeenschappelijke regeling is een wijziging
van de gemeenschappelijke regeling Hulpverleningsregio Haaglanden (HRH)
2005. Al het personeel van deze brandweerkorpsen komen zodoende in
dienst van de regio.

De directie van de Veiligheidsregio Haaglanden wordt gevormd door de
Regionaal Brandweer Commandant mr. R.K. Brons en de Regionaal
Geneeskundig Commandant A.A.H.M. van Dijk, arts.
De lokaal commandant van Zoetermeer wordt
Mellanie Linde. De oud commandant de heer J. Ruibing krijgt een ander
functie in de regio.
De gemeenschappelijke regeling treedt in werking op 1
augustus 2009 en werkt terug tot en met 1 januari 2009.
(gemeenschappelijke
regeling Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) 2009)
|